Tekst

banner

Mijn werk gaat over de wisselwerking tussen de daadwerkelijke ruimte en de verbeelde ruimte. De beelden dienen geen functioneel doel, ze intrigeren door hun schijnbare functie. De werken ontstaan vanuit intuïtie, ze verbeelden een innerlijke wetmatigheid die onder de oppervlakte ligt. Op deze wijze ontstaan structuren; geen gebouwen of bouwsels, het is abstracte architectuur. Ik gebruik materialen als gips, karton en hout omdat dit de beelden kwetsbaar maakt. Het materiaal benadrukt de weerloosheid. In hun kwetsbaarheid staan de beelden tegen over het alom vertegenwoordigde visuele geweld. Er is zorg en aandacht nodig om ze te laten voortbestaan.
Toon Janssen

My work is about the interaction between real space and imaginary space. The images are not functional, they intrigue by the way of their apparent function. The source of my work is intuition, my work symbolising an inner set of rules under the surface. In this way structures develop; no buildings or build structures, but abstract architecture. I work with plaster, paper board and wood because they make the sculptures more vulnerable. The material emphasizes the defencelessness. The vulnerability of the sculptures sets them apart from the omnipresent visual violence. Care and attention are essential to guarantee their existence.
Toon Janssen

Tekst van Nico Huijbregts in het boek 99+1 Vrije kunst in Nijmegen, 2018

Pica Abies no. 11 (2012) en Pica Abies voile no. 9 (2013)

vaikhof Aan de muur van de bescheiden werkplaats, tussen andere ruimtelijke werken, hangen de twee plastieken pal naast elkaar. Binnen hun begrenzing vormen gelijkmatige constructies van smalle horizontale en verticale latten en latjes een samenstel van grotere en kleinere restruimten. Door minimale verschillen zijn beide werken niet zozeer verbeeldingen van onderscheiden werelden of ideeën, als wel verschillende transformaties van een en het zelfde concept.
Het linker werk is exact vierkant, het rechter, dat in de lengte een paar centimeter meer meet, net niet: een gering maar niet te veronachtzamen onderscheid dat elk van beiden een totaal ander gevoel van gewicht en omvang verschaft. Het hout links heeft een bruine kleur met een transparante grijze waas erover. Van het rechter werk is het hout blank. Bovendien is dit object in zijn geheel afgesloten met doorzichtig gaasdoek wat het een kalme en diffuse lichte tint geeft. Het is alsof over beide werken een schemering hangt. Maar uit de linker plastiek lijkt het licht zich ieder moment te zullen bevrijden, als een stem die zich naar buiten richt: een nieuwe dag wordt opgeruimd aangekondigd. Het werk komt uit de muur de ruimte in. In de rechter plastiek werkt het afsluitende gaasdoek als een filter: licht en schaduw worden erdoor getemperd, keren zich naar binnen en maken het werk, dat zich achter de muur voort lijkt te zullen zetten, compacter en platter. Hier wordt de avond ingezet met een zachte ingehouden stem, een geluid dat bijna bewegingloos gestaag door de tijd beweegt..
Deze luide roep van de linker plastiek, dit naar buiten projecteren van licht, houdt mij, onder de indruk, in eerste instantie op zekere afstand. De rechter plastiek daarentegen lokt door haar fluisterende stem meteen al dichterbij te komen en pas met m’n neus er bovenop ontdek ik dat toch niet alle hout blank is, dat vermeende schaduwen in werkelijkheid kleurverschillen zijn, en ook hoe de latjes, aan linker en rechter zijkant, die van afstand plat leken, er schuin in geplaatst blijken te zijn. Zo worden dieper of vooraan gelegen ruimten gecreëerd, en wordt het verglijden van licht en schaduw op eenvoudige maar subtiele wijze gestuurd..
Waar het gaasdoek de rechter plastiek bijeenhoudt, samenbalt tot één krachtig object, houden de grenzen van de linker plastiek niet op bij de vierkante omtrek waarbinnen ze geconstrueerd is. De smalle latten en hun tere schaduwen in kleine grijze gradaties op de muur erachter en eromheen, zijn als horizontale en verticale lijnen die zich voortzetten voorbij dit werk: ze grijpen in de ruimte van het atelier en in gedachten volg ik ze zelfs tot ver daarbuiten. En als ik kijk naar de drie horizontale latten, geplaatst voor alle overige, lijkt het werk ook naar voren toe uit te zetten: de bovenste is iets schuin omhoog en de middelste heel gering schuin omlaag gekanteld. Opnieuw een weinig opvallende maar uiterst effectieve ingreep: het object ziet er daardoor aan de voorkant niet plat uit, maar doet van links naar rechts enigszins bol aan, als een lichaam dat zich vult met lucht..
Zo schept de kunstenaar met deze twee lucide en fijngevoelige constructies op bedachtzame wijze een breekbaar licht- en schaduwspel en brengt hij tijd, ruimte, atmosfeer, mij, in beweging, en het is enkel in intentie en tempo dat de twee werken zich onderscheiden. Links: extravert, expansief, oneindig naar buiten toe gericht, stellig. Rechts: introvert, licht- en geluidsgolven uitrekkend en vertragend, zacht maar zeker zo machtig. Zusterplaneten. Aan dat woord moet ik vreemd genoeg opeens denken, ook al zijn het dan rechthoekige en haast platte objecten. Hemellichamen die samen met de andere aanwezige werken deel uitmaken van een sterrenconstellatie in de oneindige ruimte van de kleine werkplaats waar ik ben..